Scroll voor het artikel

Homo-, hetero-, biseksueel en transgender #9

Als meisje kun je verliefd worden op jongens (= heteroseksueel), op meisjes (= lesbisch) of op allebei (= biseksueel). Als jongen kun je verliefd worden op meisjes (= heteroseksueel), op jongens (= homoseksueel) of op allebei (= biseksueel).

Transgender

Je kunt ook transgender zijn. Transgender heeft niets te maken met op wie je verliefd wordt, maar met hoe jij je van binnen voelt. Als je transgender gevoelens hebt, voel je je anders dan het geslacht waarmee je geboren bent. Je bent bijvoorbeeld geboren met een vagina maar je voelt je een jongen, of andersom. Het kan ook zo zijn dat je je geen jongen én geen meisje voelt, of juist van allebei een beetje. Dat is allemaal oké en je bent niet de enige. Hoe je je van binnen voelt klopt soms gewoon niet met hoe je lichaam er uitziet. Transgenders kunnen net als mensen die niet transgender zijn heteroseksueel, homoseksueel of biseksueel zijn.

Luister hier naar de podcast van Mees

Hoe en wanneer weet je of je lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender of intersekse bent?

De meeste jongeren ontdekken in de puberteit of ze verliefd worden op meisjes of op jongens of op allebei. Sommige kinderen weten het al sinds ze heel jong zijn en anderen komen er pas veel later achter. Het kan dus heel goed dat je het nu nog niet zo goed weet.

Hoe je erachter komt is bijvoorbeeld dat je merkt dat je meer fantaseert over jongens. Of verliefd wordt op een meisje. Of dat je de ene keer kriebels in je buik voelt van een jongen en de andere keer van een meisje. Ook als je transgender gevoelens hebt, voel je dat op een gegeven moment steeds sterker. Het kan zijn dat je een meisjeslichaam hebt, maar je je helemaal niet als meisje voelt.

Als je deze gevoelend hebt kun je er met je ouders over praten, of met iemand anders die je vertrouwt. Ook helpt het soms om de ervaringen van andere homoseksuele of transgender jongeren te lezen. Misschien herken je dan wel je eigen gevoelens.

Intersekse

Het kan ook zijn dat je geboren wordt met mannelijke én vrouwelijke geslachtskenmerken. Bijvoorbeeld een meisje zonder eierstokken of een jongen met een heel klein piemeltje. Dat noem je intersekse.

Wat is normaal?

Of je nou homo, hetero, bi of transgender bent: je kiest zelf niet op wie je verliefd wordt of hoe je je van binnen voelt. Je wordt zo geboren, dus je bent wie je bent en mag zijn wie je bent. Ieder mens is uniek en er is niemand ‘normaal’.

Helaas kunnen sommige mensen raar of stom reageren als je zegt dat je homo, lesbisch, bi of transgender bent. Het kan daarom ook spannend zijn om het te vertellen. Vertel het als je er zelf klaar voor bent. Bedenk van tevoren hoe en wat je precies gaat zeggen. Je kunt het ook eerst aan je ouders of beste vriend(in) vertellen.

Als je het heel lastig vindt dan zijn er ook mensen die je kunnen helpen, bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon op school of iemand van de Kindertelefoon. Deze mensen zullen wat jij vertelt nooit doorvertellen zonder dat dat van jou mag.

Wil je meer weten kijk dan naar de aflevering van Dokter Corrie over homoseksualiteit.

Deel dit artikel